De vogels zingen weer

De zon schijnt te schijnen

Gisteren een feestje gehad, dus ik lig nog wat langer in mijn bed dan gebruikelijk is. Ik hoor dat de zon schijnt. Ik hoor dat de zon schijnt. Ja, ik maak geen foutje. Ik lig wat te mijmeren in bed. En denk “pimpelmees” even later: “koolmees”. Onwillekeurig schieten de namen van vogels mijn hoofd in, sinds ik vogelgeluiden kan herkennen. En dat is al een hele tijd.

 

Het bos in

Toen ik biologie studeerde deed ik een cursus dierecologie, en dat hield in: vogelecologie. In Groningen zijn er weinig zoologen, de meeste dierbiologen houden zich daar met vogels bezig. Ik mocht toen een onderzoeksgebied kiezen in Verweggistan. Althans, zo voelde dat voor me: op 1 van de eilanden, of elders in Nederland. Daar had ik niet zoveel zin in. Ik wilde liever wat dichter bij huis blijven, want ik had in die tijd heel veel huisdieren, leek wel een klein asiel. Naast de gebruikelijke geredde lab-ratten (het is een cliché, maar het is ook waar) had ik konijnen en papegaaitjes. Van de uni mocht ik dicht bij huis blijven. Ik zou onderzoek gaan doen aan pimpelmezen in een klein landgoed vlakbij Groningen. “Goed aan te fietsen.” zeggen we in Brabant.

De meeste diehard ecologen vonden dat maar een rare keuze. Zij zouden meeuwen, scholeksters, kiekendieven zelfs gaan onderzoeken. Er was een team dat onderzoek ging doen aan koolmezen. Dat zelfs was volgens hen een stoerdere vogel dan mijn pimpeltjes.

 

Het onderzoek

Overal in het bos hingen kastjes. Wel 185 nestkasten op 50 hectare. En dat kan ik zeggen is veel. De bedoeling was om te onderzoeken of de pimpelmeesvrouwtjes hun mannetjes uitkiezen op hun blauwe petje, op hun zang, misschien wel beide, en of dat deze kwaliteiten ook daadwerkelijk iets zeiden over hoe goed zo’n mannetje was.

Goede mannetjes zouden meer overlevende jongen hebben. Goede mannetjes zouden bijvoorbeeld beter voor de jongen zorgen was ons idee.

 

Tot dan toe schaarde ik mezelf niet onder de vogelaars. Ik had geen goede verrekijker. Ik had geen vogelgids te allen tijde bij me. Ik herkende alleen wat basic zangetjes van wat basic tuin vogeltjes. Na mijn onderzoek werd alles anders echter.

 

Muziek in mijn oren

Voor het onderzoek moesten we de nestkastjes dagelijks checken: is het een bewoond kastje? Zitten er al eitjes in? Zoja: hoeveel. Tellen viel soms niet mee, maar al met al was het simpel werk: met een ladder door het bos lopen, in kastjes kijken. Schitterend werk. Ook als het regende voelde ik me in mijn element. Toen kwamen er inderdaad eitjes in kastjes. En moesten we zangopnamen van de mannetjes gaan maken. We kregen koptelefoons op en vangmicrofoons met opname apparatuur mee. Die microfoons zijn heel grote schotels met in het midden een microfoon zoals je gewend bent. We moesten bij de kast postvatten midden in de nacht, net voor het licht werd. Doodstil moesten we wachten tot de vogels zouden gaan zingen.

 

Volgorde van optreden

Eerst gaat de merel zingen, dan de roodborst, zanglijster, hierna de tjiftjaf dan de mezen, de winterkoning, boomklevers en boomkruipertjes wachten en als laatste het meest kwetsbare liedje van het goudvinkje. Dit moment duurt een paar minuten en de volgorde staat vast. Het is afgesproken zo, lijkt het. Voordat de zangvogels beginnen hoor je nog uilen, als je geluk hebt kijk je ze recht in de ogen zelfs. Dan is het nog pikkedonker. Als de zangvogels allemaal het toneel bevolken is het schemerig. En ik hoor alles door die richtmicrofoon alsof ik bij een concert zit. Ik zoem even in op de ene zanger, dan op de ander. Magie!

 

Dit magische moment heeft mij de kans gegeven te horen dat het in een bos nooit stil is, alleen 1 moment. Net voor de schemer. Als de uil stil gaat zitten, na zijn laatste oehoe, en voor de zangvogels gaan zingen. Dit moment is mij heilig geworden.

 

Want sinds ik vogelzang ken kan ik niet door een natuurgebied lopen en denken: wat heerlijk die rust! Wat nou stilte? Het is een KABAAL voor mijn oren!

Ik hoor pimpelmees 1 in zwaar gevecht met pimpelmees 2, om hetzelfde kastje, of het zelfde vrouwtje. Ik hoor merels om het hardst. Ik hoor aan hoe hard die winterkoning zijn triller aanhoudt hoe hij zijn vrouwtje zoekt. etc, etc. Oorlog is het, of romantisch drama! Hoe dan ook: lawaai! Hoe zonniger de dag, hoe meer van dit kabaal te horen is.

 

Vanochtend hoorde ik dat de zon scheen, zonder de gordijnen te openen. En uitslapen kwam er niet van!

 

Over Marieke

~(be)LEEF! EDUCREATIE~ Bioloog en Wiskunde docent VO - voor onderwijs van de toekomst- ~mindful en duurzaam~ Asperger en bipolair
Dit bericht werd geplaatst in DAG(boek) en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s